Verhalen uit het Archief

Graanmolenaars en grutters

Bodegraven was in 1672 behoorlijk welvarend. In de polders om het dorp waren, zoals vorige week beschreven, vele watermolens te vinden. In het dorp zelf stond een korenmolen: de historie daarvan gaat terug naar het jaar 1603.

Bodegraven Door de ontwatering van het veen was het land ingeklonken en kon men bijna alleen veeteelt bedrijven. Hennepteelt was een nevenbedrijf om de touwbanen te voeden. Op het plein voor kerk was een varkensmarkt, en het dorp telde maar liefst vijf herbergen: 't Postpaard' aan de Overtocht (fungeerde ook als onderkomen voor de schout en schepenen), 'De Windhond',' In de Swaen',' In 't Posthuijs', en 'De Koning van Frankrijk en Navarra'.

De korenmolen wordt al genoemd op een kaart van het Hoogheemraadschap Delfland uit 1615 als 'Coremole'. In een oude balk is zelfs het jaartal 1603 gevonden! De nu nog bestaande molen is van 1697, de vorige zal zoals de rest van Bodegraven, afgebrand zijn bij de verwoestingen door de Fransen in 1672. Op een gravure uit 1749 staan twee molens afgebeeld. De één staat op dezelfde plaats als de huidige molen. De ander heeft ten westen van het marktplein gestaan aan de noordzijde van de Rijn. Op een andere gravure uit 1777 zijn de wieken te zien boven de huizen aan de Kerkstraat. Een molen was van groot belang voor de voedselvoorziening van een dorpsgemeenschap. Alle bakkers moesten bij de molenaar hun graan laten malen, ook de meeste boeren gingen met hun graan naar de molenaar. Omdat het meel niet lang houdbaar was, moest men meerdere keren per week naar de molen. De molen die wij nu nog kennen heeft graan gemalen tot 1956. Bij goede wind was de capaciteit 3 tot 4 ton graan per uur. In de loop van zijn bestaan zijn 17 molenaars en graanhandelaren eigenaar van de molen geweest. Een van de molenaars was J.F. de Groot, die in 1956 stopte met zijn arbeid. In dat jaar werd de molen gekocht door Jan van Vliet en de molen kreeg de naam 'De Arkduif '. De molen maalt sinds 1956 geen meel meer, maar de wieken worden wel regelmatig draaiende gehouden. Wel werd er nog een graanhandel gedreven vanuit de molen.

Daarnaast waren er speciale graanbedrijven, grutters genoemd, die meel maalden met een paardenmolen. In de Kerkstraat vestigde zich in 1835 Cornelis van Muiswinkel met een eigen grutterij. Binnen het bedrijf werd met een grutmolen, die werd aangedreven door een paard, boekweit tot meel vermalen. Vaak was dit voor de menselijke consumptie, de gruttenbrij. Zijn zoon Michiel begon in 1861 in Zwammerdam zijn eigen grutterij, terwijl diens broer Cornelis het bedrijf in Bodegraven voortzette. In 1968 fuseerden beide familiebedrijven tot één moderne graanhandel waar het ronddraaiende paard al lang verleden tijd was. Door de snelle ontwikkeling van de veeteelt, die het verbouwen van boekweit uit de streek verdrong, werd de behoefte aan veevoer steeds groter. Langzaam maar zeker werd de grutterij een graanhandel en veevoederfabriek. In 1979 werden de panden van Van Muiswinkel in de Kerkstraat afgebroken.

'In 1956 kreeg de molen de naam De Arkduif'

Graanhandelaren
Handelaren in graan en veevoer in Bodegraven waren: W. Burggraaf, G. Kooij, N.J. Kooij, C. van Muiswinkel, A.J. van Niekerk, G.H. Op't Land, G. Versloot en T. Vink (als commissionairs). Deze handelsvorm kende ook coöperaties als Help Elkaar en De coöperatieve landbouwvereniging.

Tegeltableau met de paardenmolen van Van Muiswinkel in Zwammerdam.

Bodegraafs Nieuwsblad, 2 maart 2017
Tekst: Cock Karssen
Foto: Cock Karssen